14 Mar
0

“Op die liberooo!”

Beste volleyballiefhebbers,

De kleinste van de groep, de gek van het team en het ondergeschoven kindje van het volleybal. Te kort gevonden als aanvaller, te weinig techniek voor het spelverdelen en zodoende noodgedwongen dat andere shirt aan moeten trekken. Dat shirt wat niet matcht met het broekje, slecht afsteekt tegenover het normale tenue en tijdens uitwedstrijden uitgehoond wordt met ‘Op die liberooo, libero, libero!’

En het is niet eens zo gek. De hele soort minder toerekeningsvatbaar verklaren gaat wat ver. Maar wie wil er nu vrijwillig als schietschijf fungeren? Wie kan er in godsnaam voldoening halen uit een geslaagde pass, terwijl je teamgenoten de bal om beurten zo spectaculair mogelijk tegen de grond beuken? Nee, het vak liberoën – want dat is het – wordt flink miskend.

En niet alleen door het publiek. Trainers doen er net zo vrolijk aan mee. Een eenvoudige trainingsvorm die iedere week weer terugkeert, is het inslaan. Hoe vaak wordt er tegen de libero wel niet gezegd: “Zet maar een balletje mee op”, of nog erger, “Sla maar een balletje mee in.” Heb jij ooit een libero een bovenhandse set-up binnen de drie zien geven? En hoe vaak slaat een libero tijdens een wedstrijd de bal over het net?

Op trainingsgebied valt er nog zo veel meer te winnen. Laat een libero tijdens het inslaan de bal onderhands opzetten of dwing de aanvallers op de libero te slaan. Prima richtoefening voor de aanvallers en een nog betere verdedigingsoefening voor de libero. Zonder blokkade uiteraard.

Verdedigen is een mengsel van gewenning, durf en doorzettingsvermogen. In het begin is een ingeslagen bal doodeng, maar zodra de eerste bloedneus is gestelpt, is de angst eraf. Laat ‘m maar wennen aan de snelheid van de bal en het zal veel makkelijker gaan.

En waarom zou je een libero aan de gewichten laten hangen? Sterkere bovenbenen zijn zeker welkom, maar vergeet niet dat het ten koste van snelheid gaat. Steek de uren dat de rest van de ploeg het krachthonk induikt, maar in verplaatsingsuren voor de libero. Sprinten door laddertjes en dergelijke; de basis voor een stabiele pass en dus de basis voor het volleybalspel van het team.

In het voetbal zijn ze qua spelregelaanpassing wellicht niet zo ver als wij volleyballers, maar op trainingsgebied hebben ze wel degelijk een grote voorsprong genomen. De F’jes worden door middel van keeperstraining al van jongs af aan gedrild, terwijl onze eredivisielibero’s doodleuk een balletje mee inslaan.

Zulke simpele aanpassingen vormen de stappen naar een volleybaltoekomst met de waardering die een libero verdient. Inderdaad, een levende schietschijf is een bizar verschijnsel. Maar iemand moet het toch maar doen! En dan komt er een tijd dat de libero niet uitgehoond maar toegezongen wordt met ‘Op die liberooo, libero, libero!’ en dat ie met trots dat foeilelijke t-shirt over z’n hoofd aantrekt.

Gerelateerde berichten
Reacties
Schrijf reactie