11 Apr
0

Liberootje

Mijn eerste gespeelde punten in de eredivisie zal ik niet snel meer vergeten. Ik was een broekie uit dames 2 dat de zieke libero uit dames 1 verving. De bekerwedstrijd tegen Sliedrecht was een halve set oud toen ik vol werd geraakt door een rechtdoor geslagen bal. In mijn gezicht, pal op mijn neus. Een minuutje later hing ik in de kleedkamer met een natte lap in mijn nek – ‘want dan stolt het bloed sneller’ – voorovergebogen te wachten tot mijn bloedneus halt hield. Gewapend met een supersized tampon in mijn neus, startte ik een beetje dizzy aan de tweede set.

Je zou denken dat het verdedigen van hard geslagen ballen het engste onderdeel is van het liberoschap. Soms heb je zo weinig tijd om te reageren, dat het wegdraaien van je hoofd of het uitsteken van je hand het enige verzet is wat je kan bieden. Gevolg: blauwe plekken, omgeslagen vingers en bloedneuzen. En dat kan op de meest ongeschikte momenten plaatsvinden, zo is mijn ervaring.

Toch heb ik niet zo’n angst voor dit soort afgevuurde kanonschoten. Natuurlijk is een bal in je buik vervelend, maar zolang je jezelf goed positioneert en je niet de houding van een stokstaartje aanneemt, kan er weinig fout gaan. In die zin is het zelfs een soort check: bal op je hoofd? Dan sta je dus compleet verkeerd. Eigen schuld, letterlijk dikke bult.

Prikballen vind ik met afstand de engste soort uit het gehele aanvalsassortiment. Niet zozeer het verdedigen van de bal zelf – meer pussy dan dat gaat het waarschijnlijk niet worden – maar wel wat er daarna of ervoor gebeurt. Vaak valt een tikbal net over het blok. Mijn grootste angst is dat ik na het wel of niet raken van die bal doorschiet onder de opspringende voeten van de blokkeerders. En dat dan mijn long wordt geperforeerd, bijvoorbeeld.

Een andere, meer dan vervelende plaats voor een tipbal, is tussen mij en een medespeler in. Ik ben als de dood dat ik tegen die ander aan beuk – en met mijn kleine lijf leg ik het dan altijd af.

Wat de tipbal betreft heb ik twee adviezen in petto:

  1. Bij een tip over het blok is het gevaar dat je té veel snelheid hebt (waardoor je dus bang wordt en inhoudt). Zorg dus dat de afstand van jouw vertrekpositie naar de prikbal kort is. Hoe korter de afstand, hoe minder groot je snelheid. Dit kan door er al te gaan staan en de bal op te wachten, of bij het kleinste vermoeden dat er wordt getipt in te stappen.
  2. Bij een tip tussen jou en je medespeler in wil je een botsing voorkomen. Dit kan door vooraf afspraken te maken (‘korte ballen zijn voor mij, diepe ballen voor jou’). Of door simpelweg gebruik te maken van datgene waar de meeste volleyballers - op de libero’s na! - niet zo goed in zijn: snel zijn. Kort aanzetten en hopsa, je glipt zo voor je teamie. Succes!
Reacties
Schrijf reactie